Brunsummerheide

Elk jaar als de heide in bloei staat, wil ik een heidewandeling maken. En elk jaar vergeet ik het weer. Net zoals de bloesemtocht trouwens. Dit jaar zag ik dat Natuurmonumenten een wandeling aanbood op de Brunsummerheide (bij Heerlen). En er was nog plek!

Het vertrekpunt was een grote bank tegenover restaurant Schrieversheide. Daar stond gids Jan ons al op te wachten. Een wandeling van zo’n twee uur in een groep van 12 leidde ons over de prachtige, in volle bloei staande, heide met Jan die aanstekelijk vertelde. En wat mij betreft soms wat fanatiek doorging over minuscule plantjes. Maar zijn passie spatte ervan af. Ik ga nog een keer terug als er wat meer zonlicht is, want dit tijdstip en de dreigende wolken zorgden ervoor dat ik (nog) niet de gewenste paarse prachtfoto’s heb kunnen maken zoals ik dat bedacht had.

Proemevlaai / pruimenvlaai

Als het op vlaai aankomt, ben ik een beetje een nep-Limburger. Ik vind eigenlijk maar een paar soorten écht lekker. Verse pruimenvlaai, smeuïge rijstevlaai en linzen-abrikozenvlaai. En dan liefst ook nog gebakken door mams (oma is niet meer). Jammer genoeg hebben we geen pruimenboom meer in de tuin staan dus de supermarktpruimen moesten maar voldoen. Deze week zag ik Pluots liggen en daar had ik nog nooit van gehoord. Toen ik ontdekte dat ze een kruising zijn van abrikozen en pruimen bedacht ik dat dat wel eens erg lekker zou kunnen zijn op mijn vlaaitjes. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn eerste poging ooit heeft heerlijke pruimenvlaaitjes opgeleverd.

Hier is hoe je ze maakt:

Deeg

  • 250 gram bloem
  • 15 gram verse gist (of het equivalent in droge gist, in mijn geval een half zakje Dr. Oetker instant gist)
  • ½ ei
  • 20 gram boter
  • 10 gram witte basterdsuiker (maakt het wat smeuïger dan gewone suiker)
  • 0,9 dl melk
  • 3 gram zout

Vulling

  • 1 kg verse pruimen (ik gebruikte dus Pluots, maar eigenlijk hoort het met bakpruimen of kwetsen)
  • 2 el paneermeel

Benodigdheden

  • Weegschaal
  • Deegrol
  • Vlaaiplaat van ca. 27 cm ∅ of 4 a 5 kleine vormpjes

Bereiding

Kneed alle ingrediënten voor het deeg samen tot een bal. Laat deze 45 minuten op een warme plek rijzen in een kom onder een vochtige theedoek. Hierna kneed je het deeg nogmaals door en laat je nog 30 minuten rijzen. Snijd intussen de pruimen in kwarten of achten. Rol het deeg na het rijzen uit tot een cirkel die groot genoeg is voor je vlaaiplaat. Vet de vlaaiplaat in met boter en hevel het deeg over naar de vorm. Snijd het overtollige deeg aan de zijkanten weg en prik met een vork gaatjes in de deegbodem.

Strooi nu het paneermeel op de bodem en leg de pruimen in mooie cirkels in de vorm. Het restant van het ei kun je gebruiken om de rand een beetje in te smeren voor een mooi kleurtje. Zet een ovenvast schaaltje met wat water onder in de oven om te voorkomen dat de korst uitdroogt.

Bak de vlaai 25 minuten (of tot de korst mooi bruin kleurt) in het midden van een voorverwarmde oven op 220ºc. Laat afkoelen op een rooster. Als je kleine vormpjes neemt, wordt de baktijd minder. Houd de taartjes dan gewoon elke 10 min in de gaten. Vier vlaaitjes waren in ca. 18 minuten klaar.

De vlaai is het alllerlekkerst als hij nog een beetje warm is. Strooi er wat kaneel en een beetje suiker overheen. Oh, childhood memories…

Traditioneel kippenpasteitje

Als kind al kon je mij wakker maken voor oma’s kippenpasteitjes. En nu nog kan de geur me terugvoeren naar mijn jeugd die ik voor een groot deel bij oma doorbracht. Jarenlang heb ik geprobeerd zelf deze pasteitjes te maken en nooit kwam het ook maar enigszins in de buurt. Waarschijnlijk was het missende ingrediënt de heimwee of de nostalgie. En het smaakt natuurlijk sowieso altijd beter als iemand anders het voor je klaarmaakt.

Maar oefening baart kunst en ik durf mijn pasteitjes inmiddels zonder schaamte te serveren.

Wat heb je nodig?

  • pasteibakjes
  • 50 g boter
  • 50 g bloem
  • 1 tl kerriepoeder
  • 2 sjalotjes, fijngesneden
  • 500 g (witte) champignons, in schijfjes
  • room
  • het vlees van 1 biokip
  • zelfgemaakte kippenbouillon
  • Herbamare bouillonpoeder van A. Vogel (die is zonder rommel zoals je in de ‘normale’ bouillonblokjes aantreft)
  • peterselie

Bereiding

Laat de boter smelten en fruit de sjalotjes. Voeg onder goed roeren beetje bij beetje de bloem toe en laat het mengsel een paar minuten garen. Voeg dan in kleine porties de bouillon en het kerriepoeder toe. Hierna mogen de champignons erbij en een flinke scheut room. Laat dit een paar minuten garen en voeg dan het vlees toe. Je kunt voor de smaak eventueel nog een beetje bouillonpoeder toevoegen en uiteraard wat peper en zout.

Verwarm de pasteibakjes volgens het voorschrift op de verpakking en schep er dan de ragout in. Garneer met peterselie.

Goddelijke rijstepap

Voor een recept voor rijstevlaai moet je niet bij mij zijn. Net zoals cakebeslag het hier grotendeels niet schopt tot cake, zo redt deze rijstepap het niet tot op de vlaai. Ze is simpelweg te goddelijk.

Dus voor de lekkerste Limburgse rijstepap heb je nodig:
  • 0,5 l melk
  • ½ pollepel dessertrijst (ongeveer 100 g)
  • 5 el suiker (100 g)
  • 1 mespunt zout
  • 1 el custard
  • 1 vanillestokje
  • 1 kaneelstokje
  • 2 eieren


De rijst, melk, 3 el suiker en zout kook je gaar met een vanillestokje en een kaneelstokje. Het vanillestokje snijd je open en het merg meng je door de rijst. Intussen maak je de custard met een beetje melk aan en roer je door de rijst. Zodra de rijst is afgekoeld, roer je de eierdooiers erdoor. Intussen sla je de eiwitten stijf met de rest van de suiker (ik ben nog aan ’t testen hoeveel suiker ik kan weglaten, 4 el in totaal is sowieso nog goed te doen), dit roer je voorzichtig door de pap.


Je mag ’t bakje leeglikken 😉

NOTE: 3 eetlepels suiker is ruim voldoende.