Samen oud..
September 2006. Maasai Mara in Kenia. Eerste keer op safari. Eerste keer Afrika. Ik moest en zou per se 2 weken op safari. Dat bleek achteraf toch íets teveel van het goede. Laatste bezoek aan wildpark zelfs afgebroken met blasé uitspraken als ‘giraffen, zebra’s, cheetah’s, leeuwen, gazelles, allemaal al gezien. En voor dat ontbrekende luipaard uit de big five ben ik uiteindelijk naar Sri Lanka moeten gaan. Maar vooral de vele tseetsee vliegen die slaapziekte kunnen veroorzaken, maakten de keuze om te stoppen makkelijk. Ik verdenk die beesten er nog steeds van dat ze me destijds gestoken hebben.
Ondanks de overkill van destijds, vind ik een safari nog steeds een van de meest bijzondere dingen om te doen. Het moment dat je die dieren spot en hun strijd met de natuurlijke vijand gadeslaat. Niet altijd fijn, maar that’s life! Na al dat dierengeweld ben ik lekker op Zanzibar gaan liggen chillen.. Those were the days.
De reis met het lekkerste eten ooit ging naar Jordanië, mijn eerste keer Midden-Oosten. Een trip naar Syrië/Jordanië stond al jaren op mijn verlangslijstje. Syrië zal er wel nooit meer van komen.. Ik was net met een nieuwe baan begonnen en had daarvoor m’n 8-weekse reis naar Nieuw-Zeeland moeten cancellen. Eigenlijk had er toen een lampje moeten gaan branden. Integendeel, het lampje ging uit. Even schakelen dus..
Dit was een van mijn kortste reizen maar daarom niet minder indrukwekkend. Uiteraard is vooral de in rode zandsteen uitgehakte stad Petra ontzettend imposant (volgt later nog wel een foto van). Hier kun je minstens 3 dagen rondlopen zonder je te vervelen. Dan met stip op 2: het ETEN!! Shishbarak was m’n grote favoriet, klaargemaakt door de moeder van iemand die we ontmoet hadden in Aqaba. Verder natuurlijk talloze mezze, de tabouleh, baba ganoush enz enz. Bij thuiskomst heb ik meteen een Libanees kookboek aangeschaft maar op die Shishbarak moet ik vooral op de presentatie nog een beetje oefenen.. Op nummer 3 komt Jerash, een archeologische site met tempels en zuilen. Normaal ben ik daar geen enorme fan van maar hier is het wel erg mooi bewaard gebleven en echt de moeite van het bezoeken.
En de nummer 4 zie je op de foto, de Wadi Rum. Meer rotsen dan ik verwachtte, had meer gehoopt op oneindige zandvlaktes. De zandduinen beklimmen was nog best een uitdaging. Naar beneden ging een stuk makkelijker. Werd wel beloond met een bijzonder mooie zonsondergang en een hoop kamelen en mannen met theedoeken om hun hoofd. Bij terugkomst in het bedoeïnenkamp hebben we de gids leren yahtzeeën. Ik ga namelijk nooit op reis zonder m’n dobbelstenen..